Er is een verhaal dat we allemaal ergens hebben opgepikt. Eerst het werk, dan de rust. Eerst de deadline, dan het weekend. Eerst de kinderen naar bed, dan even zitten. Rust is in dat verhaal de beloning. Iets wat je krijgt als je genoeg gedaan hebt.
Het probleem is dat je lijf dat verhaal niet gelooft. Voor je zenuwstelsel is rust geen prijs die je uitgekeerd krijgt. Het is een vaardigheid. En vaardigheden roesten als je ze niet oefent.
Wat er gebeurt als je jarenlang aan staat
Als je systeem lang genoeg in de standen ‘alert’ of ‘aan’ heeft gestaan, gaat het die standen als normaal beschouwen. Je herkent spanning niet meer als spanning. Je noemt het gewoon ‘maandag’, of ‘ik’. Rust voelt in dat geval niet als rust. Rust voelt eerst ongemakkelijk. Leeg. Alsof je iets vergeten bent.
Veel mensen komen op dat punt in mijn praktijk. Ze willen wel ontspannen, maar zodra het echt stil wordt, gaat er van alles borrelen. Verdriet, onrust, of gewoon een enorme drang om iets te gaan doen. Ze concluderen dan vaak: zie je wel, rust is niks voor mij. Terwijl er iets anders aan de hand is. Hun systeem is nog niet gewend om af te schakelen. Dat is te leren, net als een taal.
Wat je oefent wordt je thuis. Ook overleving.
Rust oefenen zonder yogamat
Je hoeft er geen ochtendritueel van dertig minuten voor te bouwen. Sterker nog, dat werkt vaak juist tegen. Kies drie of vier momenten op een dag die er sowieso al zijn, en gebruik die.
Voordat je op ‘verzenden’ klikt bij een mail: één ademhaling, voeten op de grond, merken dat je zit. Voordat je een gesprek ingaat: even je hand op je borst, een uitademing. Voordat je begint te eten: drie seconden stil, kijken wat er op je bord ligt. Elke keer laat je je systeem een fractie voelen: het hoeft niet allemaal in één ruk door.
Dat lijkt weinig. Maar tien keer per dag, zes dagen per week, elf weken lang — dat zijn zeshonderdzestig kleine momenten waarin je zenuwstelsel iets nieuws oefent. Zo bouw je een spier op.
Wanneer het je iets oplevert
Op een gegeven moment merk je dat je op een lastig moment niet meer automatisch omhoog schiet. Dat je niet meer zo hard hoeft te trekken om jezelf ’s avonds nog wakker te houden voor die serie. Dat je zondag écht zondag voelt en niet de vooravond van maandag.
Dat is geen mystiek. Dat is een systeem dat geleerd heeft dat afschakelen mag, omdat jij het zo vaak hebt voorgedaan. Rust is dan niet meer iets dat je krijgt. Het is iets dat je bent, ook als er nog een lijst ligt.



